Mieren

ByGJ Plaagdierbeheersing

Mieren

Mieren zijn op zich onschadelijk en alleen bij grote aantallen hinderlijk, zeker als ze bij ons voedsel komen. In de natuur doen ze dienst als opruimers, omdat ze kleine insecten eten.
’s Winters is een mierennest in rust. Mieren worden actief als in het voorjaar de zon weer krachtig wordt.

De koningin, die het jaar ervoor is bevrucht, begint dan een nest te maken. Zij doet dit bij voorkeur onder stenen, in oud rottend hout of onder de vloer. Uit de eieren in dit nest komen nieuwe groepen ‘werksters’. Deze werksters zetten, wanneer ze een voedselbron hebben ontdekt, een reukspoor uit naar het nest. Hierdoor wordt het bij de voedselbron al snel ‘een drukte van belang’.

De koningin produceert praktisch onafgebroken eitjes. Uit deze eitjes komen behalve werksters ook enkele donkergekleurde mannelijke exemplaren, die evenals de koningin vleugels krijgen en bij warm weer uitvliegen. Er kunnen dan opeens wolken van mieren voorkomen, die na korte tijd weer verdwijnen. In deze zogenoemde bruidsvlucht vindt de bevruchting plaats, waarna de mannetjes vrij snel sterven. De koningin werpt haar vleugels af en graaft zich in, waarna de cyclus weer opnieuw begint.

De werksters zijn ca 2,5 mm lang. Omdat de mier zeer klein is, kan deze zich via zeer nauwe spleten en kieren toegang verschaffen tot elke ruimte. Ook in meubels en verpakkingsmateriaal kunt u nesten vinden.