Blog

ByGJ Plaagdierbeheersing

Advies en Preventie

GJ Plaagdierbeheersing ontzorgt haar klanten waar het gaat om de aanpak van plaagdieren. Om dit te realiseren werkt GJ Plaagdierbeheersing vooral preventief, met duurzame oplossingen en nieuwe technologieën. GJ Plaagdierbeheersing werkt in heel Nederland.

GJ Plaagdierbeheersing legt de nadruk op advies en preventie: door een combinatie van advies en frequente inspecties worden ongeregeldheden vroegtijdig gesignaleerd en kunnen problemen voorkomen worden. Daarbij wordt speciaal gelet op bouwkundige en hygiënische tekortkomingen. Zo doet GJ Plaagdierbeheersing in veel gevallen aan plaagdierpreventie in plaats van plaagdierbestrijding. Voorkomen is beter dan bestrijden. onze werkwijze zorgt er tevens voor, dat het gebruik van milieubelastende bestrijdingsmiddelen, voor het bestrijden van plaagdieren, tot een minimum wordt beperkt.

ByGJ Plaagdierbeheersing

Steenmarter

De steenmarter is een beschermd soort en heeft ongeveer het formaat van een slanke kat. De vacht is asgrauw tot grijsbruin met een (grijs)witte ondervacht (ook wel wolhaar genoemd). De bef is wit of roomachtig en loopt vaak door tot op de poten. Jonge steenmarters zijn eerst grijs-wit, daarna blauwachtig van kleur. De oren zijn klein en kort behaard, de ogen zijn donker en hij heeft een kleine snuit met roze neus en donkere snorharen. De poten zijn kort en elke voet heeft vijf tenen met scherpe nagels en zoolkussentjes. De staart is rond, lang behaard en wollig.

Steen- en boommarter zijn ongeveer even groot. Ook de behendigheid, souplesse en klimvaardigheid hebben ze gemeen. Zelfs de samenstelling van het voedsel vertoont veel overeenkomst. Het belangrijkste verschil in het uiterlijk is de kleur van de ondervacht: licht bij de steenmarter en donker bij de boommarter.

De steenmarter komt door zijn grote aanpassingsvermogen in vrijwel alle biotopen voor. Hij heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt. Dit kunnen bijvoorbeeld boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes zijn. Maar ook spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen. De steenmarter kan al door openingen van 5-6 cm kruipen om bij een schuilplaats te komen.

ByGJ Plaagdierbeheersing

Mollen

De mol is een ondergronds levend zoogdier.
De mol heeft een korte zwartfluwelen vacht. Hiermee kan hij, dankzij een willekeurige plaatsing van de haren in de huid, even gemakkelijk voor- als achterwaarts door de gangen bewegen. Bij de meeste zoogdieren zijn de haren in een bepaalde richting geplaatst, meestal naar achteren, maar bij de mol kunnen de haren in de huidaanhechting kantelen, zodat ze niet blijven steken in de gangwanden als de mol achteruit krabbelt.

De kleur van de vacht is over het algemeen zwart. Kenmerkend voor de mol zijn de tot grote graafhanden omgevormde voorpoten, met elk vijf vingers met puntige nagels en een duimpje, waarmee het dier de ondergrondse gangen graaft.

De mol heeft kleine, slecht ontwikkelde ogen; hij is echter niet blind. Zijn belangrijkste zintuig is zijn spitse roze snuit die gevoelige snorharen en tastzenuwen bevat en waarmee hij op kleine insecten en wormen jaagt. Zijn kleine staartje wijst altijd omhoog.

ByGJ Plaagdierbeheersing

Houtwormen

Houtworm is een naam voor verschillende in hout levende insectenlarven, maar vooral de larve van de gewone houtwormkever of het doodskloppertje (Anobium punctatum). De larve van de bonte knaagkever of bonte klopkever, Xestobium rufovillosum, wordt ook wel grote houtworm genoemd. (De derde belangrijke kever die fikse schade aan binnenshuis houtwerk kan veroorzaken is de huisboktor, Hylotrupes bajulus, maar die wordt meestal niet als houtworm betiteld).

De keverlarven boren gangen in het hout, en kunnen daarmee houtconstructies, vloeren, meubels en andere houten voorwerpen beschadigen of vernielen. De voorkeur van de larven gaat uit naar de zachtste delen in het hout, hetgeen meestal het spinthout is.

Of er levende larven aanwezig zijn is te zien aan het boormeel dat uit de gaatjes komt. Het beste is dat te zien door zwart papier onder de gaatjes te leggen.

De ronde tot ovale gaatjes in het hout zijn de uitvliegopeningen van de kevers.

ByGJ Plaagdierbeheersing

Mieren

Mieren zijn op zich onschadelijk en alleen bij grote aantallen hinderlijk, zeker als ze bij ons voedsel komen. In de natuur doen ze dienst als opruimers, omdat ze kleine insecten eten.
’s Winters is een mierennest in rust. Mieren worden actief als in het voorjaar de zon weer krachtig wordt.

De koningin, die het jaar ervoor is bevrucht, begint dan een nest te maken. Zij doet dit bij voorkeur onder stenen, in oud rottend hout of onder de vloer. Uit de eieren in dit nest komen nieuwe groepen ‘werksters’. Deze werksters zetten, wanneer ze een voedselbron hebben ontdekt, een reukspoor uit naar het nest. Hierdoor wordt het bij de voedselbron al snel ‘een drukte van belang’.

De koningin produceert praktisch onafgebroken eitjes. Uit deze eitjes komen behalve werksters ook enkele donkergekleurde mannelijke exemplaren, die evenals de koningin vleugels krijgen en bij warm weer uitvliegen. Er kunnen dan opeens wolken van mieren voorkomen, die na korte tijd weer verdwijnen. In deze zogenoemde bruidsvlucht vindt de bevruchting plaats, waarna de mannetjes vrij snel sterven. De koningin werpt haar vleugels af en graaft zich in, waarna de cyclus weer opnieuw begint.

De werksters zijn ca 2,5 mm lang. Omdat de mier zeer klein is, kan deze zich via zeer nauwe spleten en kieren toegang verschaffen tot elke ruimte. Ook in meubels en verpakkingsmateriaal kunt u nesten vinden.

ByGJ Plaagdierbeheersing

Huismuis

De huismuis behoort tot het geslacht van de Ware Muizen. Kenmerken van dit geslacht zijn de puntige snuit en de grote oren en ogen. De staart is relatief lang, 80 tot 120% van de kop-romplengte. Het zijn voornamelijk zaadeters maar eten af en toe ook insecten en aas. Bijzonder aan de huismuis is de herkenbare, onaangename, muffe geur die het dier verspreidt.

Van de huismuis worden er genetisch gezien vijf ondersoorten onderscheiden. In Nederland komt de westelijke huismuis voor.

Huismuizen zijn voornamelijk ’s nachts actief. Ze maken een rond hol in de grond, dat met een ingang is verbonden met een nestkamer, die op twintig centimeter diepte ligt. Soms leggen ze ook voedselvoorraden aan, in heuveltjes tot wel 50 centimeter hoog. In gebouwen leven ze onder de vloer of tussen opgeslagen artikelen.

ByGJ Plaagdierbeheersing

Kakkerlakken

Kakkerlakken (Blattodea) vormen een orde van insecten, die oppervlakkig enigszins lijken op kevers maar hiervan toch sterk verschillen. Kakkerlakken zijn plat, meestal lichtbruin en hebben lange voelsprieten. Meestal is een kakkerlakken die jij thuis aantreft een ‘Duitse kakkerlak’. Dit insect wordt 1 à 2,5 cm groot en heeft twee zwarte strepen over zijn borstschild.

Warme en donkere plekken

Kakkerlakken zijn ’s nachts actief. Ze zijn op zoek naar vochtig en zoet voedsel. Vinden ze dat niet, dan eten ze ook afval, huisstof, vetvlekken of zelfs textiel en papier. Overdag verschuilen kakkerlakken zich op warme donkere plekken, bij voorkeur achter de koelkast in de keuken. Daar kun je ook de sporen vinden die duiden op een kakkerlakbevolking: eierschalen, uitwerpselen (hele kleine zwarte stofjes) en afgevallen huid.

Het is trouwens een hardnekkige fabel dat je door een kakkerlak dood te trappen zijn eitjes verspreidt.

ByGJ Plaagdierbeheersing

Wespen

De wesp wordt vaak verward met de zweefvlieg (blinde bij). Het grote verschil is hun manier van vliegen, de wesp vliegt ononderbroken, en het aantal vleugels, de wesp heeft namelijk vier vleugels.

De wesp draagt bij tot het ecosysteem omdat ze een insectivoor is. Zo behoudt ze de aantallen in evenwicht en spaart ze ons van hinderlijke insecten. De wespen worden onderverdeeld in sociale wespen & solitaire wespen. De sociale wesp leeft in kolonies die verschillen in grootte en veroorzaakt vaker overlast.

De solitaire wesp leeft alleen en is niet agressief zolang die niet lastiggevallen wordt.

De gewone wesp en de daarop lijkende Duitse wesp zijn de meest voorkomende soorten in Europa. De Duitse wesp onderscheidt zich door drie karakteristieke zwarte stippen op de kop. De soort kan ook onderscheiden worden door de zwarte puntjes op elk van de zes segmenten van het abdomen.

Het papieren nest, dat is samengesteld uit gekauwde houtvezels, bouwt de wesp vaak onder de grond. Hierbij maakt de wesp meestal gebruik van een verlaten hol als de start voor het nest. Dit wordt later uitgebreid door de werksters. Deze wesp toont zijn nut in tuinen, omdat hij rupsen en andere schadelijke insecten in toom houdt.

ByGJ Plaagdierbeheersing

Zwarte Rat

De meest voorkomende rat in Nederland is de bruine rat. Bruine ratten zijn goede zwemmers die in groepsverband leven. Zij hebben een voorkeur voor verblijf in de openbare ruimte. Bruine ratten komen af op zwerfvuil en etensresten. Zij dringen gebouwen binnen als daar voedsel is en er schuilplekken te vinden zijn.

De zwarte rat, ook bekend als scheepsrat, huisrat, dakrat en pestrat, is in Nederland in opkomst en komt op dit moment onder andere voor in de haven van Amsterdam en in de zuidelijke provincies van Nederland. De zwarte rat verschilt van de bruine rat door de langere en ruigere vacht, de grotere en dunner behaarde oren, de grotere ogen en de langere en dunnere staart. Hij is kleiner en zwemt zelden.

De zwarte rat nestelt zich in tegenstelling tot de bruine rat graag in gebouwen (liefst op hoge, droge plekken) waar voedsel te vinden is. Hij is zeer schuw.
Ratten zijn alleseters, zij hebben wel een voorkeur voor granen, zaden, meel en vruchten.  Katten, honden en roofvogels zijn natuurlijke vijanden van ratten.

De zwarte rat is de belangrijkste verspreider van de pest en kan ook bij de overdracht van andere ziekten op de mens een rol spelen

ByGJ Plaagdierbeheersing

Boktorren

Boktorren hebben als volwassen kever een langwerpig lichaam en sprieterige poten. Ze zijn vaak mooi gekleurd. Wat ze vrijwel altijd onderscheidt van andere langwerpige kevers als kniptorren en soldaatjes zijn de extreem lange tasters, die vaak minstens zo lang zijn als het lichaam maar meestal langer, hoewel er uitzonderingen zijn. Ze hebben sterk getande monddelen. De lichaamslengte varieert van 0,3 tot 15 cm.

Leefwijze
Er zijn meer dan 33.000 soorten boktorren, die een grote variatie kennen aan kleuren en patronen, de basisvorm is meestal wel hetzelfde. Sommige soorten imiteren wespen en mieren (mimicry), zoals de kleine wespenbok. De meeste boktorren eten als kever alleen boomsappen, nectar en stuifmeel, geen enkele soort jaagt actief op andere prooien. Sommige soorten eten zelfs helemaal niets meer en richten zich volledig op de voortplanting. De eieren worden één voor één onder boomschors afgezet.

De larven van vrijwel alle soorten leven van planten en met name in al dan niet dood hout, en richten soms grote schade aan. Soms worden door aan levend hout te knagen plantenziektes verspreid, maar ook kan de vraatzucht, grote aantallen en met name een combinatie daarvan grote schade aanrichten aan houten objecten als meubelen, dakconstructies, kunstvoorwerpen maar ook bomen.